“Bijna terloops zei hij kwetsende dingen tegen me. Als ik reageerde, vond hij dat ik overdreef.” 

“De vonk tussen hem en mij sloeg meteen over op een feestje. Tijdens die eerste, intense maanden samen spraken we vaak af en praatten en vrijden soms de hele nacht. Het duurde niet lang of we gingen samenwonen.

Door jaloezie naar isolement
De eerste keer ging het mis toen ik na een uitstap met het werk wat later thuis kwam. Hij verweet me dat ik een affaire had, zei dat het duidelijk was dat ik hem niet graag zag en dat we onze relatie beter konden beëindigen. Daar was ik zo bang voor, dat ik me uitvoerig excuseerde.
Dagenlang moest ik hem overtuigen dat hij de enige was. Die scène herhaalde zich ontelbare keren. Soms werd hij boos, soms praatte hij dagen niet tegen mij. Ik plooide me telkens in allerlei bochten om het goed te maken. En deed op den duur alles om zulke situaties te voorkomen: ik stopte met mijn hobby’s, kwam meteen na het werk naar huis, sprak niet meer af met vrienden … Eén voor één verloor ik hen. Hij zei dat we toch genoeg hadden aan elkaar, en ik geloofde dat. Met mijn familie spraken we tegen zijn zin nog af, maar achteraf deed hij gemene uitspraken: mijn vader was dom, mijn moeder een bemoeial, mijn broer zou nooit iets worden. Ook tegen mij zei hij – bijna terloops – steeds vaker kwetsende dingen: ‘Ga je dát aandoen’, ‘Ik krijg hoofdpijn als je praat’, Je gezicht is heel lelijk zo’. Als ik reageerde, vond hij dat ik overdreef.  

Schuldgevoelens aangepraat
Toen ik zwanger werd, ging het een tijdje beter. Ik moest thuis blijven, dus er was weinig reden voor jaloezie, én ik hield het huis netjes op orde, zoals hij het graag had. We kregen een zoon, en hoewel ik hem in mijn eentje verzorgde, was mijn ex gek op hem. Zelf kreeg ik het hard te verduren:
hij klaagde dat hij wakker werd als ik ’s nachts opstond, dat ik te lang douchte, te veel licht aanstak … Dus schuifelde ik muisstil door een donker huis en waste me aan de lavabo. Jaren leefde ik zo, tot ik nog een schim was van mezelf. Ik begrijp nu niet waarom ik niet eerder ben weggegaan, maar toen leek die situatie me normaal. Aan geweld heb ik nooit gedacht, want hij deed me niet fysiek pijn. Eén keer vernielde hij een fotokader van mijn overleden vader, omdat hij wist hoe hard hij me daarmee kwetste.

De klik
Alles veranderde toen ik hem een kleinerende opmerking hoorde maken tegen onze dochter van drie: ‘Ben jij zo achterlijk dat je niet zonder morsen kan eten? Straks word je net je moeder’.
Toen besefte ik: mijn kinderen kunnen zo niet opgroeien. Gelukkig kon ik terecht bij mijn familie en waren vrienden die ik lang niet had gezien, bereid me te helpen.

We zijn nu vijf jaar gescheiden. Ik heb een gezonde relatie en twee leuke kinderen. Ik ben er grotendeels bovenop, maar volg nog steeds therapie om wat me is overkomen te plaatsen. Al weet ik nu dat het niet mijn schuld was, toch bekruipt me nog geregeld het gevoel dat ik niets waard ben.”